Skip to content

A4 · reference

Word list with meanings for fr

Every word numbered beside its meaning, as a one page reference.

Download this sheet to build its preview
Download PDF

Free to print · no signup

Format
A4 · reference
Words
93
Other formats
8

Words in this worksheet

  • un bic = een bic (een balpen)
  • un cahier = een schrift
  • un crayon = een potlood
  • un dictionnaire = een woordenboek
  • un exercice = een oefening
  • un livre = een boek
  • un mot = een woord
  • un papier / du papier = een blad papier / papier
  • un point = een punt
  • un stylo = een stylo
  • un texte = een tekst
  • un dialogue = een dialoog
  • un cours = een vak (op school)
  • la consigne = de instructie (opgave)
  • la cour = de speelplaats
  • la récréation = de speeltijd
  • une classe = een klas
  • une conversation = een gesprek
  • conversatie
  • une faute = een fout
  • une leçon = een les
  • une lettre = een brief
  • une liste = een lijst
  • une page = een pagina
  • une phrase = een zin
  • une question = een vraag
  • une réponse = een antwoord
  • une tâche = een taak / een opdracht
  • un aéroport = een luchthaven
  • un arrêt de bus = een bushalte
  • un (auto)bus = een lijnbus
  • un (auto)car = een reisbus
  • un avion = een vliegtuig
  • un bateau = een boot
  • le métro = de metro
  • un moteur = een motor
  • un port = een haven
  • un taxi = een taxi
  • un train = een trein
  • un tram = een tram
  • un vélo = een fiets
  • une auto = een auto
  • wagen
  • une bicyclette = een fiets
  • une gare = een treinstation
  • une moto = een motor(fiets)
  • une station de métro = een metrostation
  • une trottinette = een step
  • une voiture = een auto
  • à vélo / à pied = met de fiets / te voet
  • en train / bus / avion = met de trein / bus / het vliegtuig
  • aujourd’hui = vandaag
  • après-demain = overmorgen
  • avant-hier = eergisteren
  • ce matin = deze morgen / vanmorgen
  • ce soir = deze avond / vanavond
  • ce week-end = dit weekend
  • cet après-midi = deze namiddag / vannamiddag
  • demain = morgen
  • hier = gisteren
  • le lendemain = de dag nadien
  • maintenant = nu
  • un an = een jaar
  • un après-midi = een namiddag
  • un jour = een dag
  • un mois = een maand
  • dans une semaine = over een week
  • il y a une semaine = een week geleden
  • la semaine passée = vorige week
  • la semaine prochaine = volgende week
  • cette nuit = vannacht
  • la veille = de dag voordien
  • une année = een jaar
  • une heure = een uur
  • une minute = een minuut
  • une saison = een seizoen
  • une seconde = een seconde
  • une semaine = een week
  • toute la journée = de hele dag
  • à 8 heures = om 8 uur
  • il est 8 heures = het is 8 uur
  • il est 8 heures dix = het is 8
  • 10 u
  • il est 8 heures et quart = het is 8
  • 15 u
  • il est 8 heures et demie = het is 8
  • 30 u
  • il est 9 heures moins le quart = het is 8
  • 45 u
  • il est 9 heures moins dix = het is 8
  • 50 u
  • il est midi / minuit = het is middag / middernacht
  • Il est quelle heure ? = Hoe laat is het?

A one-page reference list with meanings — handy on desks during reading or as a check
before a test. Older learners can highlight tricky words; younger groups can point and read
together. Follow with a matching or gap-fill sheet to move from recognition to recall.

Same words, different sheet

More worksheets in fr

See all

Same words, played

Take the list into a game

These games use the words from this worksheet, so practice continues after the page is printed.

Browse all games