Each card shows a word on one side and its meaning on the next — ideal for self-quizzing
or small-group drills. Index-card size fits a pocket review set. Pair with a short speaking
game so learners hear the words before they write them.
Index card
Index cards, words only for fr
One word per card, with its meaning on the following card.
Words in this worksheet
- un bic = een bic (een balpen)
- un cahier = een schrift
- un crayon = een potlood
- un dictionnaire = een woordenboek
- un exercice = een oefening
- un livre = een boek
- un mot = een woord
- un papier / du papier = een blad papier / papier
- un point = een punt
- un stylo = een stylo
- un texte = een tekst
- un dialogue = een dialoog
- un cours = een vak (op school)
- la consigne = de instructie (opgave)
- la cour = de speelplaats
- la récréation = de speeltijd
- une classe = een klas
- une conversation = een gesprek
- conversatie
- une faute = een fout
- une leçon = een les
- une lettre = een brief
- une liste = een lijst
- une page = een pagina
- une phrase = een zin
- une question = een vraag
- une réponse = een antwoord
- une tâche = een taak / een opdracht
- un aéroport = een luchthaven
- un arrêt de bus = een bushalte
- un (auto)bus = een lijnbus
- un (auto)car = een reisbus
- un avion = een vliegtuig
- un bateau = een boot
- le métro = de metro
- un moteur = een motor
- un port = een haven
- un taxi = een taxi
- un train = een trein
- un tram = een tram
- un vélo = een fiets
- une auto = een auto
- wagen
- une bicyclette = een fiets
- une gare = een treinstation
- une moto = een motor(fiets)
- une station de métro = een metrostation
- une trottinette = een step
- une voiture = een auto
- à vélo / à pied = met de fiets / te voet
- en train / bus / avion = met de trein / bus / het vliegtuig
- aujourd’hui = vandaag
- après-demain = overmorgen
- avant-hier = eergisteren
- ce matin = deze morgen / vanmorgen
- ce soir = deze avond / vanavond
- ce week-end = dit weekend
- cet après-midi = deze namiddag / vannamiddag
- demain = morgen
- hier = gisteren
- le lendemain = de dag nadien
- maintenant = nu
- un an = een jaar
- un après-midi = een namiddag
- un jour = een dag
- un mois = een maand
- dans une semaine = over een week
- il y a une semaine = een week geleden
- la semaine passée = vorige week
- la semaine prochaine = volgende week
- cette nuit = vannacht
- la veille = de dag voordien
- une année = een jaar
- une heure = een uur
- une minute = een minuut
- une saison = een seizoen
- une seconde = een seconde
- une semaine = een week
- toute la journée = de hele dag
- à 8 heures = om 8 uur
- il est 8 heures = het is 8 uur
- il est 8 heures dix = het is 8
- 10 u
- il est 8 heures et quart = het is 8
- 15 u
- il est 8 heures et demie = het is 8
- 30 u
- il est 9 heures moins le quart = het is 8
- 45 u
- il est 9 heures moins dix = het is 8
- 50 u
- il est midi / minuit = het is middag / middernacht
- Il est quelle heure ? = Hoe laat is het?
Same words, different sheet
More worksheets in fr
Open to build this sheet
Word flashcards
A4 · cut out
Open to build this sheet
Picture flashcards
A4 · cut out
Open to build this sheet
Word list with meanings
A4 · reference
Open to build this sheet
Index cards with pictures
Index card
Open to build this sheet
Finish the word
A4 · spelling
Open to build this sheet
Write the word rows
A4 · writing
Open to build this sheet
Handwriting lines
A4 · handwriting
Open to build this sheet
Picture and word rows
A4 · tracing
Same words, played
Take the list into a game
These games use the words from this worksheet, so practice continues after the page is printed.